Kunstenaars en Stijlen
Impressionisme, Symbolisme, Expressionisme, Kubisme, De Stijl, Constructivisme, Surrealisme, Abstract Expressionisme, Pop Art, e.a.
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

 

 

Piet Mondriaan schilderde in de jaren 1908 tot 1912 deze bomen. Links een tekening naar de waarneming. De rode boom werd geschilderd in 1908. De grijze boom en de bloeiende appelboom werden geschilderd in 1912. Deze twee bomen zijn geabstraheerd.

Het proces van vereenvoudigen paste hij ook toe op een schilderij en tekening van  de kerktoren van Domburg (hieronder,links),  en op het Stilleven met de Gemberpot en op tekeningen van gevels in Parijs.



Mondriaan schilderde tot 1908 aanvankelijk landschappen in een naturalistische stijl. Vanaf 1908, 36 jaar oud, maakte hij expressionistische, pointillistische en symbolistische werken.

Rond 1911/1912 ging hij over op een kubistische schilderstijl. Hierna ontwikkelde hij zijn eigen manier van abstraheren, zoals dat hierboven te zien is.

Hoe onstond deze vorm van abstraktie? Is het een gevolg van een werkwijze? Maakte Mondriaan schetsen van zijn onderwerp en zag hij de beeldende kwaliteiten van die schetsen? Of zijn er andere 'beeldende factoren' die hierin een rol hebben gespeeld?

In het hier beschreven onderzoek heb ik inzicht gekregen in de beeldende processen, in het ontstaan van kunststijlen, en de rol van de kunstenaar daarin.


We geven nog een voorbeeld.



In bovenstaand overzicht van het werk van Edgar Fernhout (1912 - 1974) zien we rond 1958 een plotselinge overgang van een realistische schilderstijl naar een non-figuratieve schilderkunst. Het werk in de eerste en tweede rij is nog figuratief, in de derde rij wordt het werk abstrakt.

Is er een aanleiding te noemen waardoor Edgar Fernhout tot abstractie overging? Waarom zette hij deze stap pas op 46-jarige leeftijd? De kunst van eind jaren 40 en de jaren 50 was al abstract.

En, waarom zijn alle abstrakte werken in een blauw geschilderd?

Beeldanalyses van het werk van een groot aantal kunstenaars hebben inzichten gegeven, waarmee bovenstaande vragen kunnen worden beantwoord.

 

Beeldanalyse

Het onderzoek is gebaseerd op waarnemingen van schilderijen en van beelden. In de beeldanalyses zijn voorstellingen en het vorm- en kleurgebruik heel objectief vast te stellen.

Een voorstelling is realistisch, naar de waarneming gevormd, of impressionistisch, expressionistisch of abstrakt, zelfs non-figuratief.

Vormen kunnen geometrisch of organisch zijn, hoekig en niet rond (als in het Kubisme).

Kleuren zijn heel objectief vast te stellen: blauw is blauw en geen rood ('Blauwe Periode" van Picasso). Vincent van Gogh gebruikte vanaf 1888 geel en blauw in een en hetzelfde schilderij, in 1890 ging het blauw overheersen.

Kleurcontrasten zijn te onderscheiden in: kleur-tegen-kleur contrast, complementair contrast, simultaan contrast, kwaliteitscontrast,  licht-donker contrast, enz.

Composities zijn exakt te benoemen: symmetrisch, a-symmetrische komposities, diagonale komposties, overall-compositie, centrale compositie.


Vormkrachten

In het onderzoek is een verband gelegd tussen het vorm- en kleurgebruik van een kunstenaar en de 'vormkrachten' tijdens de prenatale ontwikkeling van deze kunstenaar.

Deze 'vormkrachten' lieten zich eveneens zien in het beeldende werk van de studenten van Johannes Itten, leraar aan het Bauhaus van 1919 tot 1922. Itten zag opmerkelijke resultaten in het werk van zijn studenten. Elke student bleek zijn heel eigen 'vormkracht' te hebben. In zijn boek "The Art of Color" (1) geeft hij daarvan enkele sprekende voorbeelden. Itten laat het verband zien tussen de uiterlijke verschijning van de student en zijn beeldend werk.

In de uitspraken van Leonardo da Vinci, gedaan in zijn verhandeling over de schilderkunst, door Francesco Melzi bijeengebracht in het zgn. "Trattato della Pittura" (2), lezen we ook dat elk mens heel eigen 'vormkrachten' bezit, die tot uiting komen als deze mens, als kunstenaar zelf scheppend bezig gaat. De voorbeelden die Leonardo voor ogen had kunnen we niet meer achterhalen. Een onderstaand voorbeeld maakt duidelijk dat deze 'vormkrachten' ook in onze eigen tijd nog steeds zichtbaar zijn in het werk van beeldend kunstenaars.

Hieronder een voorbeeld, waarin duidelijk te zien is, de overeenkomst tussen het uiterlijk van Salvador Dali (rechts, op een foto uit 1930) en het schilderij "De verschijning van Aphrodite in een landschap" uit 1981. Andere voorbeelden die we geven zijn: Bart van der Leck, Jean Arp en Ossip Zadkine. 


Een schilderij uit 1981, en een foto van Salvador Dali uit 1930


Vormkrachten en planeten

Deze 'vormkrachten' blijken een verband te hebben met planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van de kunstenaars.

De Renaissance kunstenaar Giorgio Vasari noemde ze letterlijk in zijn beschrijving van de levens van Leonardo da Vinci en Michelangelo. (3)

Bekend met astronomie en kosmologie, heb ik een verband kunnen leggen tussen de stijl waarin een kunstenaar werkt en zijn 'vormkrachten', die weer te herleiden tot kwaliteiten van planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling.

De stijlontwikkeling in het werk van Pablo Picasso heb ik hierdoor leren begrijpen.

Ook de schilderijen van Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Vincent van Gogh laten heel eigen 'vormkrachten' zien.

De stijlverandering in het werk van Edgar Fernhout kan je hiermee verklaren.

Sinds het begin van de jaren '80 heb ik meer dan duizend kunstenaars bekeken op deze 'vormkrachten' (planeetaspekten).



het ontstaan van de Blauwe Periode en de Roze Periode in het werk van Pablo Picasso


Voor wie is het onderzoek bedoeld?

Het onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur is toepasbaar in het kunstonderwijs. Het kan inzichten geven in de verschillende werkwijzen bij verschillende leerlingen.

In de onderwijspraktijk is gebleken dat elke leerling tot heel eigen werk komt, dat is toe te schrijven aan een heel persoonlijke "vormkracht', op te vatten als een 'faktuur', een eigen "handschrift".


Kunsthistorisch onderzoek

Het onderzoek kan ook een aanvulling zijn op kunsthistorisch onderzoek.

Zo kan de stijlontwikkeling binnen het werk van een enkele kunstenaar worden begrepen (Picasso, Mondriaan, Edgar Fernhout).

Ook kan de stijl-terugval binnen het werk van een kunstenaar duidelijk worden  (Munch, Malewitch).

Verandering van techniek, bijv. van schilderen naar beeldhouwen, wordt duidelijk (Modigliani, Julio Gonzalez).

Verder is het ontstaan van stijlen te begrijpen. Voorbeelden zijn: het Impressionisme, het Symbolisme, het ontstaan van abstraktie in de kunst rond 1911/1912, het Surrealisme, en het ontstaan van Cobra.

Het begrip 'tijdgeest' krijgt daarmee een geheel nieuwe betekenis.

Een vergelijkbaar kunsthistorisch onderzoek zijn we nog niet tegengekomen. We zijn geïnteresseerd als dat zou bestaan.


Rudolf Wittkower

In gesprekken met kunsthistorici over dit onderwerp wordt vaak het boek genoemd van Wittkower "Born under Saturn" (4). In het hoofdstuk V, dat gaat over "Genius, Madness and Melancholy", beschrijven Margot en Rudolf Wittkower een verband dat zou bestaan tussen de kunstenaars en een temperamentenleer en een planetentypologie, dat wel erg gedateerd overkomt. Zo worden de kwaliteiten van de planeten Uranus, Neptunus en Pluto helemaal niet genoemd. Verder wordt Mercurius gekwalificeerd als volgt:

Citaat 1: "... The swiftly-moving planet was called Mercury, after the light-footed messenger of the gods. His Greek equivalent, Hermes, was venerated as the god of commerce and as the inventer of the sciences, of music and the arts. It is for this reason that his 'children' are industrious and devoted to study; they are watchmakers, organ-builders, sculptors and painters. According to astrological tradition, therefore, artists were born under Mercury."

De kwaliteiten van Mars en Saturnus worden bij Wittkower als volgt onder woorden gebracht:

Citaat 2: "... The copper-red planet was given the name of the warrior-god Mars; war, plunder, rape, and misery was his domain and those born under him were predestined to be soldiers and killers."

Citaat 3: "... men endowed with genius have a saturnine rather than a mercurial temperament and Saturn must therefore be claimed as their planet."


Fenomenologisch onderzoek

In het fenomenologisch onderzoek vinden we weinig terug van de uitspraken van Wittkower.

Enkele voorbeelden uit het fenomenologisch onderzoek:

- Beeldhouwers hebben vormkrachten die samenhangen met Jupiter;

- Mars kom je als vormkracht tegen bij die kunstenaars die tekenen, een tekenachtige stijl hebben, en de grafische kunsten beoefenen;

- De vormkracht van Saturnus zien we o.a. bij kunstenaars die abstrakt zijn gaan werken, maar ook bij Kubisten, en bij kunstenaars die glas-in-lood technieken toepassen in hun werk; wat deze verschillende uitingen gemeen hebben, is de aandacht voor de VORM.

Voor alle kwaliteiten zie het hoofdstuk over 'resultaten'.


Astronomie en Kosmologie

Het fenomenologisch onderzoeksmateriaal maakt de planeetkwaliteiten zichtbaar in de biografische ontwikkeling van mensen en in de artistieke ontwikkeling bij kunstenaars. Ik leg een verband met 'vormkrachten' die werkzaam zijn geweest in de prenatale ontwikkeling van de mens, de kunstenaar in het bijzonder.

In de 'Vorm van Onderzoek' maak ik deze verbanden duidelijk. 


Hoe verklaren we deze betekenis? Is het een direct aanwijsbare invloed? Kunnen we deze invloed meten?


Een vergelijking

Iedereen heeft wel eens een magneet in zijn handen gehad. Als je een magneet onder een vel papier houdt, met daarop ijzervijlsel, dat zie je dat het ijzervijlsel zich onmiddellijk in patronen rangschikt. Als je de magneet heen en weer beweegt, veranderen de patronen mee. Als we de magneet bekijken, zien we niets anders dan een stuk metaal, we zien én voelen geen 'krachtvelden', waarvan we weten dat die om een magneet aanwezig zijn.

Zo is het ook met de 'vormkrachten', waar we over spreken.  Deze 'vormkrachten' worden zichtbaar door middel van de vormen en de kleuren in de beeldende kunst.

"De vormen en kleuren in de schilderijen" zijn het "ijzervijlsel". De "vormkrachten" zijn te vergelijken met de "krachtvelden" van de magneet. De "vormkrachten" zijn te herleiden tot de "planeetwerkingen" in de prenatale ontwikkeling van elk mens, de kunstenaar in het bijzonder.

Dit fenomeen maken we op deze site duidelijk aan de vele voorbeelden uit de kunst.


Uitgangspunten, vorm van onderzoek en de gevolgde methode

In de uitgangspunten geven we enkele aanwijzingen, van Johannes Itten en Leonardo da Vinci, waarin de mogelijke betekenis van deze 'vormkrachten' duidelijk wordt.

In de vorm van onderzoek bespreken we de inzichten van Giorgio Vasari, Marsilio Ficino, Paracelsus, waarmee de inhoudelijke betekenis van de 'vormkrachten' duidelijk wordt.

In de methode geven we de eerste drie voorbeelden: Edgar Fernhout, Piet Mondriaan en Harry Holtzman. Er wordt uitgegaan van het werk. Het onderzoek is fenomenologisch opgezet. 

In het vervolg van het onderzoek bouwen we de methode van onderzoek verder uit, met voorbeelden van Pablo Picasso, Wassily Kandinsky en Vincent van Gogh.

Resultaten worden uitgeschreven in een overzicht van fenomenologisch onderzoeksmateriaal.

We noemen alle kunstenaars die in dit onderzoek zijn bestudeerd.



(1) Johannes Itten - The Art of Color - uitgeverij .... 

(2) Leonardo da Vinci - Trattato della Pittura - samengesteld door Francesco Melzi in 1542 - gedrukt in 1651

 - Leonardo da Vinci - Schetsen & Aantekeningen - H. Anna Suh - 2005 - Uitgave Librero - Ned. vert. - 2014

 - Leonardo da Vinci - Kunst en Wetenschap - Claudio Pescio - 2000 - Giunti Editore - Firenze-Milano- Ned. uitg.

(3) Giorgio Vasari - De Levens van de kunstenaars 1 en 2 - Uitgave Contact - Ned vert. - 1992

(4) Margot and Rudolf Wittkower - Born under Saturn - New York Review Books - 1963

    Citaat 1 en 2 - blz. 103

    Citaat 3 - blz. 104


literatuuropgave wordt nog verder uitgewerkt ..... (de boekenkasten staan in Frankrijk en Nederland)

 

 

Carmignano, Monte Albano, Firenze, Italia, september 2015, Eg Sneek








































Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl